vrijdag 8 december 2017

Kerst editie 2017



-----------------

- Een Kerstverhaal (door B. Champion)                                                                 
- De Geest van de Christus ‘Bladeren uit de tuin van Morya’ I                                            
- De Roos (Omraam Mikhael Aivanhov)   
 - Culamalunkya Sutta (verhalen over de Boeddha)                                                         - Liefde (lied uit: De wolk van niet-weten)                                                                                            
- De Spirituele Strijder (Chogyam Trungpa)                                                                       
- De Onzichtbare Regering (Agni Yoga)   
 - Over bijzondere thema’s en symbolen in verschillende tijdperken (Agni Yoga )
- Alle mensen zijn Engelen (Agni Yoga- ‘Broederschap’) 
- Vervolgverhaal HPB, “Met mevrouw Blavatsky in Rome en de Sabijnse bergen”                     Deel 3 A –   Een historische reconstructie (1)                                                                  

                                                                             

* * *


Een Kerstverhaal
(door B. Champion, ‘National President van de Australische afdeling
van de Theosophical Society’ in 1997)

Naarmate 25 december dichterbij komt wordtr de vraag vaker gesteld: hebben wij kerstmis laten verworden tot een verplichting, een tijd van koortsachtige activiteit die alleen betrekking heeft op de materiele wereld? Zijn de spirituele tradities die wij zogenaamd aan het vieren zijn in deze tijd van het jaar verloren geraakt in de gloedvolle drukte van de feestdagen? Voelen wij ons, zodra 25 december voorbij is, weer fris en vernieuwd in de geest of uitgeput en vragen wij ons af waar dat hele gedoe voor nodig was? Zijn wij verrijkt of verarmd door de komst van kerstmis?
(...) 
Van jongs af aan wordt ons verteld dat kerstmis de verjaardag is van het heilige kindje, dat zo’n 2000 jaar geleden in Bethlehem geboren werd; dat het kindje Jezus opgroeide om het voertuig te worden voor de Christus en dat aldus een nieuwe godsdienst, bekend als het christendom, ontstaan is. Het zou een kind van deze tijd echter vergeven kunnen worden dat het zich afvraagt hoe het verband ligt tussen het verhaal van de Geboorte, de kersglitter en glim en de wilde jacht die uitmondt in een uitgebreid kerstdiner.
Het enige dat het huidige kind wel kan rijmen met kerstmis is het krijgen van ontzaglijk veel cadeautjes! Zie de verbijstering van een jong kind op kerstochtend wanneer hij ene pakje met speelgoed na het andere openmaakt. Vaak is het speelgoed aan het eind van de dag al kapot en dit leidt tot teleurgestelde verwarring bij het kind. Hoe heeft de idee van geschenken geven met kerst zo ver af kunnen raken van het eerbiedig geschenken brengen aan het Heilige Kind door de majesteitelijke figuren die voorkomen in het Geboorteverhaal?
De Ware Betekenis van Kerstmis
Corinne Helene zegt in haar boek Het Mysterie van de Christos dat de adventstijd die de hele maand december duurt, ook wel het feest van lichtjes genoemd is, omdat de spirituele impulsen van het seizoen de mensheid voorbereiden op een neerdaling van de hemelse krachten die de jaarlijkse wedergeboorte van de Kosmische Christus in onze aardse sferen vergezellen. Zij zegt verder dat de ware betekenis van het kerstseizoen ligt in de geboorte van het Christus-bewustzijn in ons. Dat is de grote gave aan de mensheid in deze tijd.
Zij spreekt over de oeroude legenden die bestaan hebben sinds de mensheid werd ingedeeld in rassen en naties. Er komt in deze verhalen altijd een hoge ingewijde in een vrouwelijke vorm periodiek naar de aarde om moeder van een Wereldleraar van die tijd te worden. Bij iedere gelegenheid is dit een Heilige geboorte geweest, voorafgegaan door een aankondiging door een engel en een onbevlekte ontvangenis.
Hier volgen een paar oeroude legenden:
In Egypte schonk de vrouwelijke godin Isis het leven aan de heilige baby Horus op 25 december- op midwinter zonnewende -  en die gelegenheid werd gevierd met groot feestvertoon terwijl de mensen ritmische zongen: ‘De Maagd heeft gebaard’.
In de Heilige Nacht in het oude Griekenland wil de legende dat Kore – de maagd-  werd binnengehaald na het baren van Aeon, de Nieuwe Tijd of het Nieuwe Jaar.
Mitra, de Heilige van Perzië, zou op 25 december geboren zijn.
De midwinter zonnewende werd ook gevierd in het oude Rome, ter nagedachtenis aan het huwelijk van de aarde en de zon en inwijdingen van mystici werden gevierd als nieuwe geboorten in die tijd.
Heer Krishna, vaak genoemd als de Christus van India werd net als het kindje Jezus in nederige omstandigheden geboren, terwijl zijn moeder en vader op een mysterie reis waren naar de bergen. Interessant is dat in dit verhaald koeherders in plaats van schaapherders het kind kwamen aanbidden. De zon stond in die tijd in het teken van Taurus (stier) en de koe wordt in India nog steeds als heilig gezien. Onze auteur verduidelijkt dat, toen de Heilige Geboorte plaatsvond in Palestina, de zon Taurus had verlaten en in Aries stond, het teken van het lam, en dus waren het schaapherders die het kindje Jezus kwamen aanbidden.

Het verschijnen van de Christus
Bijna tweeduizend jaar geleden kwam dat wonderbaarlijke wezen op aarde, dat functie bekleedt van de Chrisuts, de Wereldleraar.
Sommige theosofen menen dat deze grote gebeurtenis werd vergemakkelijkt door de bereidheid van de grote Adept, die wij kennen als de Meester Jezus, om dertig jaar eerder te incarneren, zodat een geschikt voertuig beschikbaar zou zijn voor het neerdalen in de stof van dit Grote Spirituele Wezen, de Christus. Het overschaduwen van de Meester Jezus gedurende de laatste drie jaar van zijn leven vormde de basis voor wat wij tegenwoordig kennen als de christelijke religie en de Kerst-Mis wordt iedere jaar om deze tijd gevierd. 

Ons wordt verteld dat dit niet de eerste keer was dat de Christus neerdaalde in een stoffelijk lichaam om licht en leiding te even aan de mensheid. De Bhagavad Gita, genaamd het Hindoe ‘Lied van God’ heeft een tijdloze boodschap. Wij lezen dat God meer dan 25 eeuwen geleden incarneerde in de vorm van Krishna en Arjuna, die de mensheid vertegenwoordigt. Krishna zegt tot Arjuna; ‘Hij die de aard van mijn taak kent en van mijn Heilige Geboorte, wordt niet opnieuw geboren.



Religies – veranderende gewaden van Waarheid.
Religies zijn beschreven als de veranderende gewaden van eeuwige Waarheid, want Waarheid is mysterieus en moeilijk te vangen en kan nooit statisch of gefixeerd zijn, noch absoluut of eindig. Dus vertolken religies de partiële waarheden die hun stichters konden begrijpen.
Ontegenzeggelijk hebben religies mensen geïnspireerd tot een meer morele en ethische handelwijzen. Vele zijn echter vervolgd en veroordeeld omdat ze het waagden het dogam van een religie te weerstreven. Eeuwen na de geboorte van een nieuwe religie is de oorspronkelijke boodschap.

~ ☼ ~


De Geest van de Christus
‘Bladeren uit de tuin van Morya’ I ; 72 ~Agni Yoga serie

De Geest van Christus ademt over de woestijn van het leven.
Gelijk een bron vindt Hij Zijn weg door de massieve rotsen.

Aan de melkweg straalt Hij in myriaden lichten en Hij stijgt omhoog in de stengels van bloemen.

-------

De Roos
(Omraam Mikhael Aivanhov)


Een overlevering vertelt dat rozen entiteiten zijn, afkomstig van de planeet Venus; zij hebben ermee ingestemd op aarde te incarneren om de mens te helpen.
Wie kent evenwel die missie van de rozen?
Men gebruikt ze om er tuinen en appartementen mee te versieren, om er een man mee aan te trekken of een vrouw mee te verleiden.
In werkelijkheid is de roos er om voor ons de weg van de ware liefde te openbaren.
Ziedaar de rol, de boodschap van de roos.
Als de roos beschouwd wordt als de koningin onder de bloemen, dan is dat omdat zij ons over de ware liefde onderwijst, de liefde die niet kluistert, maar die bevrijdt.
De dag waarop de mensen het offer zullen begrijpen, dat de roos heeft gebracht door in hun midden te komen, en haar boodschap zullen aannemen, zullen zij wellicht op haar gaan lijken: overal waar ze voorbijgaan zullen ze de atmosfeer doordringen met een heerlijk parfum.

~ ☼ ~

Culamalunkya Sutta
1.) Aldus heb ik gehoord:
Op een keer was de Gezegende in Savatthi bij een bos van Jetta dat Anathapindika Park wordt genoemd.
2.) Toen de Eerwaarde Malunkyaputta in zijn eentje zat te mediteren, kwam de volgende gedachte bij hem op:
3.) Er zijn onderwerpen die de Gezegende nooit heeft verklaard, terzijde gesteld, of zelfs vermeden, namelijk: ‘De wereld is eeuwig’ en ‘ de wereld is niet eeuwig’,  en ‘de wereld is eindig’ en ‘ de wereld in oneindig’, en ‘de ziel is hetzelfde als het lichaam’ en ‘ de ziel is het ene en het lichaam is het andere’, en ‘na de dood is de Tathagata niet meer’.  De Gezegende heeft deze vragen niet beantwoord, terwijl het mijn voorkeur en wens is dat hij ze wel verklaart, en dus ga ik naar de Gezegende toe en zal hem hiernaar vragen. Als hij al deze vragen kan verklaren, dan zal ik mijn verdere leven aan hem wijden. Als hij dat niet kan, dan zal ik de training niet aanvangen en voortgaan met hetgeen ik reeds deed.
4.) Toen het avond werd beëindigde de Eerwaarde Malunkyaputta zijn meditatie en ging onderweg naar de Gezegende. Nadat hij hem eer had bewezen ging hij aan zijn zijde zitten. Daarop vertelde hij de Gezegende wat er in zijn gedachten was opgekomen en voegde daaraan toe:
5.) Als de Gezegende weet dat de wereld eeuwig is, laat hij dan verklaren dat de wereld eeuwig is. Als de Gezegende weet dat de wereld niet eeuwig is, laat hij dan verklaren dat de wereld niet eeuwig is. ... (etc. zie 3)
6.) Welnu, Malunkyaputta, heb ik ooit tegen jou gezegd: ‘Kom Malunkyaputta, ga je leven aan mij wijden, want dan zal ik je verklaren dat de wereld eeuwig is, of dat de Tathagata is, noch niet is, na zijn dood?’ .
‘Nee eerwaarde heer’
‘Heb jij me ooit verteld: “Ik zal mijn verdere leven aan de Gezegende wijden, en de Gezegende zal mij verklaren dat de wereld eeuwig is, of dat een Tathagata na zijn dood zowel is, als niet is? “ ‘
‘Nee, eerwaarde heer. ‘
‘Als dat zo is, misleide man, wie bent u en wat is het dan waar je mee door zou gaan? ‘
7.) ‘Als iemand zou zeggen: “Ik zal mijn leven niet wijden aan de Gezegende, als hij me niet kan uitleggen of de wereld eeuwig is, of dat de Tathagata na zijn dood is, of niet is;  want dan zou dat onverklaard blijven door een Tathagata en ondertussen zou die persoon sterven.”

Stel je eens voor dat een man geraakt zou worden door een pijl die dik is ingesmeerd met vergif en zijn virenden en andere omstanders riepen er een arts bij, maar de man zou zeggen: ‘ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet wie de man was die de pijl op mij heeft geschoten, of dat hij een soldaat was, of dat hij uit een hoge kaste afkomstig is of een lage kaste, wat zijn naam en wie zijn familie is. Ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet of de man die de pijl heeft afgeschoten groot of klein is, of hij zwaar of licht is, of hij een donkere huid of een lichte huid heeft, of hij in een dorp of een stad woont. Ik wil niet dat de pijl eruit wordt gehaald, voordat ik weet of de pijl werd afgeschoten met een grote boog of een kleine, welk soort pees de schutter voor zijn boog gebruikte, of de pijl van gekweekt hout of van wild groeiend hout is gemaakt, welke soort veer er aan de pijl is bevestigd, of die van een havik is, van een kalkoen, van een wouw of een ooievaar. Ik wil niet dat de pijl eruit gehaald wordt als ik niet weet met welk soort garen de pijl is bespannen waarmee ik geraakt wordt, of dat gemaakt is van ossehaar, het haar van een aap, het haar van een leeuw of van een buffalo. Ik wil ook weten hoe de punt van de pijl is gemaakt, met een mes gescherpt, of gespleten, of het een kalfs tand is of een oleander.
Voordat al deze kennis zou zijn vergaard, zou de man reeds gestorven zijn. Zo gaat dat ook, Malunkyaputta, als iemand zou zeggen: ’ik ga mijn leven wijden aan de Gezegende, nadat hij me verklaard heeft ... ‘. Want dat zou nog steeds onverklaard blijven door een Tathagata, terwijl de persoon ondertussen al lang gestorven zou zijn.  
8) Er zal nooit een leven van toewijding zijn als bekend is dat ‘de wereld eeuwig is’. En er zou ook geen leven van toewijding zijn als bekend is dat ‘de wereld niet eeuwig is ‘.  Maar omdat er het idee bestaat ‘de wereld is eeuwig’ en het idee bestaat ‘de wereld is niet eeuwig’,  daarom is er ook geboorte en is er ouderdom en is er dood, en er is ook spijt, jammerklagen, pijn, verdriet en wanhoop, waarvan ik hier en nu de opheffing heb aangereikt.
9) Hieruit mag je afleiden, Malunkyaputta, dat hetgeen wat door mij onverklaard is, onverklaard is gebleven en datgene wat ik verklaard heb, door mij verklaard is. En wat heb ik onverklaard gelaten? ‘De wereld is eeuwig’ heb ik onverklaard gelaten. ‘De wereld is niet eeuwig’ heb ik onverklaard gelaten. (... etc.)
10) Waarom heb ik dat onverklaard gelaten? Het heeft geen link met het welzijn van de mensheid, het heeft niets te maken met de beginselen van een leven van toewijding, het leidt niet tot onthechting, tot wegvagen, tot oplossing, tot vrede, tot directe kennis, tot volledige verlichting, tot nibbaba. Daarom heb ik het onverklaard gelaten. 
11.) Wat heb ik wel verklaard? ‘Dit is lijden’ heb ik wel verklaard. ‘Dit is de oorzaak van lijden’ heb ik wel verklaard. “Dit is de opheffing van lijden’ heb ik wel verklaard. “Dit is het pad naar de opheffing van het lijden’ heb ik wel verklaard.
12.) Waarom heb ik dat verklaard? Het heeft verband met het welzijn van de mensheid, het behoort tot de beginselen van een leven van toewijding, het leidt tot onthechting, tot het wegvagen, tot opheffing, tot vrede, tot directe kennis, tot volledige verlichting, tot nibbana. Daarom  heb ik dat wel verklaard.
13.) Herinner je daarom, Malunkyaputta, dat wat door mij onverklaard is gebleven onverklaard is, en herinner je ook dat wat ik verklaard heb, ik dat wel verklaard heb’. Dit is wat de Gezegende heeft gezegd. De Eerwaarde Malunkyaputta was tevreden met het antwoord en hij verheugde zich in de woorden van de Gezegende.

Uit; A treasury of the Buddha’s Words, vertaald door Nyanamoli Thera; Mahamakut Rajavidyala Press; Bangkok 2. (1977) Ned. Vertaling: Upasaka Paññdipa. (Theosofia-april 1995)


***
LIEFDE (lied)
Liefde is veruit het belangrijkste van alles.
Het is de gouden toegangspoort naar het Paradijs.
Bid dat u liefde begrijpt;
mediteer er dagelijks op.
Ze verjaagt vrees;

ze is de vervulling van de wet;
ze overwint een veelheid van zonden.
Liefde is volstrekt onzichtbaar.
Liefde zal alles overwinnen.
Er is geen ziekte die (met) genoeg liefde niet zal genezen.
Geen deur die (met) genoeg liefde niet zal openen.
Geen kloof die (met) genoeg liefde niet zal overbruggen.
Geen muur die (met) genoeg liefde niet zal slechten.
Geen zonde die (met) genoeg liefde niet zal goedmaken.
uit: De wolk van niet-weten

~ ☼ ~

De Spirituele Strijder
Om een spiritueel strijder te zijn, moet men een gebroken hart hebben;
zonder een gebroken hart en het gevoel van tederheid en kwetsbaarheid, is uw krijgerschap onbetrouwbaar.

Chogyam Trungpa



---------------

De Onzichtbare Regering

Vurige Wereld I –nr 657~Agni Yoga

U heeft volkomen gelijk wanneer u zegt, dat het bestaan van een Onzichtbare Regering veel mensen in de war brengt, maar als er een onzichtbare duistere regering bestaat, waarom zou er dan geen Regering van Licht bestaan?
Kan het menselijke verstand zo vertroebeld zijn, dat het eerder alles erkent wat duister is dan nadenkt over het Licht?
De mensen begrijpen werkelijk meer van de duistere krachten die universeel verenigd zijn en hebben daar meer over gehoord, maar de Regering van het Goede en het Licht is bijzonder verdacht. 


De mensen zijn er niet aan gewend voor het Goede verenigd te zijn.
Zij beschouwen het Goede als een prachtig voorwendsel voor onenigheid.
De hele ziekte van onze planeet kan men zien als een gevolg van de volslagen tweedracht tussen hen, die hun krachten voor het Goede hadden kunnen verenigen.
Het is zeer betreurenswaardig, dat de harten van de mensen zich zelfs in een tempel niet op samenwerking richten.
Laat ons dus diep nadenken over elke uiting van vriendelijkheid, want dat is al een sprankje samenwerking.
***

Over bijzondere thema’s en symbolen in verschillende tijdperken
Broederschap  nr. 524 / 525- Agni Yoga

In verschillende tijdperken zijn er bijzondere thema’s en symbolen verschenen, die niet als het werk van individuele scheppers gezien konden worden.
Zij bleven als tekenen van het hele tijdperk bewaard.
Op het ogenblik wordt het thema Atlantis in het bijzonder genoemd.


Geheel los van elkaar hebben mensen in verschillende delen van de wereld zich vergeten aardbevingen en overstromingen herinnerd.
Laten wij deze herinneringen niet als bedreigingen zien.
Wij staan ver van dreigingen af.
Wij kunnen helpen herinneren en waarschuwen, maar niemand van Ons maakt gebruik van de duistere kracht of maakt iemand bang door suggesties.
De vrije wil blijft de kenmerkende eigenschap van de mens.
Het is jammer als deze prachtige energie waanzinnigen in een afgrond drijft.
Men kan waarschuwende maatregelen treffen, maar het is ontoelaatbaar de wet van de vrije wil te schenden.
Aan het verloop van het lot van Atlantis kan men zien, dat er overvloedig werd gewaarschuwd, maar de waanzinnigen luisterden niet.
Zo kan men ook in andere tijdperken waarschuwingen waarnemen.

De Atlantiërs beheersten de luchtvaart, zij wisten hoe zij planten konden kruisen, zij maakten gebruik van krachtige energieën, zij kenden de geheimen der metalen, zij muntten uit in dodelijk oorlogstuig.
Zijn dat geen verworvenheden, die aan enkele andere tijdperken doen denken?

~ ☼ ~

Alle mensen zijn Engelen
Agni Yoga- ‘Broederschap’ nr. 278

"In de oudheid werd gezegd: “Alle mensen zijn engelen”.
Waarlijk, mensen zijn de boodschappers van de verre werelden.
Vandaar, dat hun verantwoordelijkheid zo groot is.
Zij nemen maar zelden de verantwoordelijkheid op zich om datgene te dragen wat hun is toevertrouwd en zijn zelfs niet verontrust als zij de schat verliezen.
Slechts enkele personen betreuren het dat zij iets vergeten zijn wat zij gehoord hebben.
Laat de mensen niet vergeten, dat zij boodschappers zijn en een verbinding met de verre werelden.

Zulk een bewustzijn maakt op zich het leven van elke dag mooi."



~~ * ~~

Met mevrouw Blavatsky in Rome en de Sabijnse bergen

 

Een historische reconstructie (1)

Deel III A

Jo de Kler

Garibaldi. Naar aanleiding van een artikel in de New York Mercury van 18 januari 1875, getiteld ‘Heroic Women’, waarin voor mevr. Blavatsky waardering werd uitgesproken voor haar heldhaftig gedrag in de Slag bij Mentana, schreef zij in een antwoord aan dat blad, dat zij beslist nimmer tot de vaste staf van Garibaldi had behoord en dat zij uitsluitend uit eigen overtuiging aan de genoemde slag had deelgenomen.
(Coll. Writ. Vol. I, pag. 55).


Cagliostro. ‘Zijn lot geleek op dat van ieder mens die bewijst meer te weten dan zijn medebroeders; hij werd gestenigd door vervolgingen, leugens en schandalige aanklachten en toch was hij de vriend en raadgever van de hooggeplaatsten en machtigsten van ieder land dat hij bezocht. Hij eindigde door in Rome terecht te staan als ketter en naar men zegt stierf hij gedurende zijn opsluiting in een staatsgevangenis.’
(H. P. Blavatsky in haar Theosofisch woordenboek, uitg. 1906, pag. 47)

Een terugblik door de spiegel (¹)
Helena was wakker geworden door het straatlawaai, dat door de open balkondeuren van haar hotelkamer doordrong. Het was nog te vroeg voor het ontbijt. In haar peignoir gehuld, zittend voor de kaptafel met de instelbare spiegel, keek ze peinzend naar haar spiegelbeeld. Plotseling besefte zij hoezeer zij veranderd was, vergeleken met de jongere Helena van 18 jaar geleden. Tóen had zij eveneens Rome bezocht, al was het onder totaal andere omstandigheden. Toen was zij vitaal en stond haar man. Had ze niet van harte meegedaan met de partisanen-beweging van Garibaldi? Waarschijnlijk was hij wel de enige Grootmeester van de Vrijmetselarij die tevens een uitgebreide opleiding had genoten in guerillatactiek. Zij was zelfs gewond geraakt bij die enigszins onberaden en fataal afgelopen slag bij Mentana, hier zo’n 20 km in N.O. richting vandaan. Wat een wilde was zij toen toch eigenlijk geweest, bedacht zij geamuseerd. Damesachtig kon men haar toen beslist niet noemen!.
De misrekening van Garibaldi(²)

Toen zij destijds in Rome aankwam, wist ze al, dat Garibaldi samenwerkte met een andere bekende vrijmetselaar: Mazzini.

Beiden streefden ze naar de bevrijding van Italië uit overheersing door de Vaticaan-staat. Vergeleken met de behoedzame Mazzini, imponeerde Garibaldi haar echter het meest, door zijn elan en durf. Wat zij toen echter nog niet wist, maar nu wel, was dat Mazzini de voorgenomen slag bij Mentana had afgeraden, hoewel hij wel steun toezegde ‘voor zover dat mogelijk zou zijn’. Welnu: wat hàd Mazzini gelijk gekregen!

De getrouwen van Garibaldi begonnen zich in de middag van 2 november 1867 te verzamelen. Uitgerekend op die dag kondigden zich de eerste herfstregens aan, met plensbuien die werden afgewisseld door een hardnekkig aanhoudende miezerregen.  Men stelde zich op tussen Mentana en Monte-Rotondo, om de nauwe dalen van de Sabijnse bergen als rugdekking te hebben, voor het geval men zou moeten terugtrekken. Ofschoon al wat doorweekt, was Helena toen nog vol goede moed. Zag ze er misschien zó uit? 


Om de tegenstander zoveel mogelijk te misleiden werden ’s avonds grote vuren aangestoken, die de gehele nacht brandende werden gehouden. Het idee was, dat veel kampvuren de troepenmacht groter zou doen schijnen. In ieder geval gaf de warmte van die vuren althans enige kans om de kilte van de tot op de huid doorweekte kleding wat tegen te gaan. Het leek wel een eeuwigheid tot de ochtendschemer aanbrak. Nu kon men uitkijken naar troepenbewegingen, maar ze waren van een soort die Garibaldi er niet bepaald vrolijker op maakte. Een deel van zijn aanhangers had blijkbaar na deze natte kille novembernacht er al schoon genoeg van en ging liever terug naar Rome, naar moeder de vrouw, die tenminste een warme hap had met een ferme slok… Alleen de vaste kern van getrouwen blééf. Maar meer dan 3000 waren er niet. De verder verwachte steun, van het volk zelf, bleef uit… De andere beweging was die van de pauselijke troepen, die zich gereed maakten om slag te leveren. Het legioen van Garibaldi weerde zich echter kranig en had in het begin van de middag zelfs al een paar kanonnen veroverd. Helena hield zich bij voorkeur in de buurt van Garibaldi op.

Geheime kentekens
Natuurlijk hadden ze intussen allang kennis gemaakt. Voor vrijmetselaars onder elkaar was dat nu eenmaal niet zo erg moeilijk, omdat men daarvoor de geheime kentekens kan gebruiken. Het viel Helena op, dat hij er oud en vermoeid uitzag… Geen wonder. Hij was net 60 geworden en enorm geplaagd door reumatiek, wat verergerde door het natte weer.  Als Helena daar nu, 18 jaar later, aan terugdacht, kon zij met hem sympathiseren. Die middag had hij haar nog toe gefluisterd, strikt in vertrouwen natuurlijk, dat hij af en toe vreesde dat hij, uit een zittende houding op het met rotsen bezaaide terrein rond Mentana, niet meer zonder hulp overeind zou kunnen komen. Tegen het einde van de middag werd men geconfronteerd met het ergste, met iets dat niemand scheen te hebben voorzien.


Héél in de verte, van achter de pauselijke linies kwam nòg wat aan… Garibaldi tuurde ingespannen door zijn veldkijker. Hij kon nauwelijks zijn ogen geloven! Het bleken Franse troepen te zijn, een hele divisie van 9000 man, speciaal voor deze gelegenheid per schip overgebracht van Toulon naar Civitavecchia en van daar, met een klein spoorlijntje, naar Rome.


Zelfs dat bleek nog niet het allerergste te zijn, want deze goed geoefende en uitgeruste troepen hadden óók nog een totaal nieuw wapen bij zich, waarvan de Franse regering dolgraag wilde weten of het in de praktijk inderdaad zo’n opruiming onder de vijand kon houden als de fabrikant beweerde. Het was een totaal nieuwe uitvinding, genaamd het ‘Chassepot-geweer’, een soort snelvuurgeweer, dat ook nog heel ver droeg.


Welnu, Helena kon vaststellen dat het wapen inderdaad heel ver schoot! Al gauw hoorde zij de kogels venijnig over zich heen fluiten. Het was een geluk, dat het mogelijk was om dekking te zoeken achter rotsblokken. Op dit moment besefte Garibaldi dat de slag verloren was. Emotioneel liep hij het vijandelijk vuur tegemoet: dit wilde hij niet overleven. Ontzet keek Helena naar het drama, dat zich voor haar afspeelde. Gelukkig konden enigen van zijn adjudanten hem overreden niet met zijn leven te spelen, omdat hij als volksheld niet gemist kon worden. En zo liet hij zich meevoeren om zich over te geven.
Terwijl Helena dit alles probeerde te verwerken, lette zij even niet goed op, en dat werd haar fataal. Hoe het precies gebeurde zou zij niet meer kunnen vertellen. Zij kreeg naar het scheen een enorme stomp in haar schouder en een pijn in haar rechterdijbeen alsof daar een gloeiende pook langs gehaald werd. Toen zij naar haar schouder greep voelde zij een klap tegen haar linker bovenarm, waarna die arm ineens slap omlaag bungelde. Het leek wel of er iets over haar heensprong, daarna verloor zij het bewustzijn. Kameraden die haar zagen vallen, dachten dat zij dood was.

Ontsnapt aan gevangenschap
Dat Helena de voorkeur gegeven had aan de naaste omgeving van de aanvoerder bleek nu haar redding te zijn. Juist daar gingen vrienden zoeken of er nog overlevenden waren, die hulp nodig hadden. Zij was weer bijgekomen door de pijn en ging in de opkomende duisternis rechtop zitten, om een houding te vinden die de pijn dragelijk maakte. Zo werd ze ontdekt. Was dat niet gebeurd, dan had zij de koude novembernacht in de lagere hellingen van het gebergte niet overleefd. De meeste helpers waren ontkomen aan gevangenneming, door langs kleine geitenpaadjes naar hoger gelegen schuilplaatsen tussen de rotsen te verdwijnen. Samen met andere lotgenoten werd Helena in een kleine huifkar gezet. Dicht op elkaar gedrongen moesten zij proberen de komende nacht zo goed als maar mogelijk was door te komen, ondanks de verwondingen. Aan het zoeken van deskundige medische hulp in het niet al te ver gelegen Rome, viel eenvoudig niet te denken! Zij zouden onmiddellijk zonder pardon in een gevangenis zijn geworpen. Tussen al die anderen, dikwijls zwaar gewonden, zou er zelfs van eenvoudige medische hulp niet veel terecht gekomen zijn. Voor menige gewonde zou dat praktisch gelijk staan met het einde…

De helpers beseften dat terdege. Daarom namen zij geen enkel risico, maar sloegen nog diezelfde nacht de lange weg in naar het rebellennest in de bergen van Umbria. Gelukkig was het pas nieuwe maan geweest, zodat slechts een smal maansikkeltje laag aan de hemel stond. Over een uur of wat zou ook dat zijn ondergegaan, zodat het een donkere nacht zou worden, met een bewolkte hemel.  Helena dacht niet graag terug aan die nacht, tussen steunende mannen samengehurkt in een hoogst ongemakkelijke houding. Zij was terneergeslagen door de aller ongelukkigste afloop. Dat het nu juist ook Franse troepen moesten zijn die alles hadden bedorven! Terwijl het immers óók Franse troepen waren geweest, die, nu ongeveer 75 geleden zo heroïsch gepoogd hadden Cagliostro uit de handen van de Roomse Inquisitie te redden!³) 



Ze kwamen weliswaar te laat toen, want toen zij het hoofdkwartier van de Inquisitie in Rome, het Castello di San Angelo – Kasteel van de Engelen – hadden bestormd en ingenomen, bleek Cagliostro al te zijn weggevoerd. Over die Engel-benaming kon Helena zich af en toe behoorlijk opwinden. Het cynisme dat eruit sprak maakte haar bijna misselijk.

Later werd ontdekt, dat Cagliostro ’s nachts in kleine étappes was overgebracht naar een veel sterker en goed te verdedigen kasteel, genaamd San Leo. Dit bevindt zich even ten zuidoosten van de huidige republiek San Marino. Zo gauw dit nieuws bij de aanhangers van Cagliostro bekend geworden was, werd door de Franse vrijmetselaars een stoutmoedig plan uitgebroed. Dat bestond uit niets meer of minder dan een luchtaanval!

Werd de eerste luchtaanval ter wereld door vrijmetselaars uitgedacht?
Ongetwijfeld aangemoedigd door de verhalen van Jules Verne, zoals het verhaal ‘Vijf weken in een Luchtballon’, dat beschreef hoe luchtreizigers een lange reis over dikwijls vijandig Afrika maken en dat net drie jaar geleden was verschenen en door de uitvinding van de ‘Montgolfière’, ook al iets van Franse herkomst, wilden bevriende vrijmetselaars Cagliostro redden, door bij verrassing op het kasteel San Leo neer te dalen om de beroemde gevangene uit zijn kerker te halen en te ontvoeren waarbij de Inquisitie deze keer het nakijken zou hebben.


Helaas is dit plan echter nooit tot uitvoering gekomen. Ondanks alle geheimzinnigheid waarmee de vrijmetselaars hun werkzaamheden vooral toen plachten te omhullen, lekte er blijkbaar toch iets van uit. Misschien waren ook doodeenvoudig de spionnen van de Inquisitie beter dan men dacht. Hoe dan ook: de pauselijke gevangenbewaarders van Cagliostro namen in kasteel San Leo geen halve maatregelen om ontvluchten te verhinderen: zij metselden zijn cel, op een klein doorgeefluikje na, geheel dicht. De pauselijke gevangene was toen al danig verzwakt door minstens 50 ‘ondervragingen’ en door de gedwongen, met ketenen bezwaarde boetelingen-tocht naar San Leo. Zijn beroemde levenselixer had hij allang opgebruikt. Nieuw kon hij niet aanmaken, onder de nimmer aflatende observatie en bij gebrek aan de nodige bestanddelen. En toch wist hij tot het einde toe met zijn enige wapen te imponeren.

Het uitspreken van de vervloeking
Bewakers verhaalden later met sidderende stem, terwijl zij angstig kruisen sloegen, dat Cagliostro met zijn laatste adem voorspeld zou hebben, dat er een definitief einde zou komen aan het huidige religieuze bewind, daar zou hij, vanuit de astrale wereld van het hiernamaals, met al zijn occulte vermogens voor zorgen. En zij hoorden een stroom van onbegrijpelijke woorden in een hun totaal onbekende taal, die zij alleen maar konden verklaren als aanroepingen van hogere machten… Dit alles ging in een soort koortsvisioen door Helena heen, terwijl het huifkarretje gestadig vorderde over de steeds donkerder wordende bergweg. Iemand naast haar had de doek opgelicht om naar buiten te kijken. ‘Van nu af aan zijn wij veilig’, zei hij, ‘Wij zijn buiten de kerkelijke staat. Ik ken deze streek.’ Zij die bij kennis waren voelden zich opgelucht. Men probeerde te slapen. Ook Helena dommelde af en toe weg, als zij een man naast haar, die in slaap steeds maar over haar heen dreigde te vallen, weer van zich afgeduwd had. Het schudden van de wagen en voorbij gaande regenbuien hielpen om haar enigszins in slaap te wiegen. De paarden klommen nu langzamer, over een steeds bochtiger weg, hoger en hoger. Het werd ook kouder. Het werd nu ook lichter en hun bestemming, een klein bergdorp, kwam in zicht.

Noten
¹) Over de periode van vóór 1875 zijn dikwijls maar weinig gegevens met zekerheid bekend, met name de periode onmiddellijk na de slag bij Mentana, maar vooral ook de periode van het huwelijk met Nikifor Blavatsky. Biografen hebben daar nogal afwijkende opvattingen over. Het bijgaande artikel is gebaseerd op de opvatting neergelegd in: A Short History of the Theosophical Society van Josephine Ransom, (Theos. Publ. House, Madras). Nikifor – volgens Josephine – stamde uit een mengsel van Russische avonturiers en Tartaren en een Kozakkenhoofdman, in essentie militair van aard dus. De reconstructie strookt hiermee in grote lijnen. Andere weergaven zijn dermate gecompliceerd, dat ze zoals de tegenwoordige zegswijze luidt: ‘niet kunnen worden gefilmd’.  In het huidige geval zou men kunnen spreken van een geromantiseerde historische reconstructie.
²) Gegevens over hem vindt men in het goed geïllustreerde boek van Max Gallo: Garibaldi (Gayard), waaruit ook de foto van Mazzini afkomstig is. Een foto van Garibaldi werd gebruikt voor een fotomontage.
³) Zie The Magic of Obelisks door PeterTompkins, Hoofdstuk 7.

***
(wordt voortgezet)



maandag 20 november 2017

Digtale versie WINTER 2017




(Voorplaat:regenboog boven de wolken.)

-------------------------------------------------------------------------------------------------
 Inhoud:
- Het verhaal van Boeddha en de Kat. (In twee verhalen. )                                      
- De Idealen van de mens zijn voordurend in beweging ~H.P. Blavatsky  
- Broederschap nr.509 ~Agni Yoga serie  
- Zegen je energieën (~ The Pulse of Life ~ Dane Rudhyar)
- De dood - een poort naar het Licht ~ Grace F. Knoche 
- Wet van Fysica- Wet van Samenwerking ~Agni Yoga-serie ‘Oneindigheid II’  
-  Vervolgverhaal HPB, “Met Mevrouw Blavatsky naar de de Vesuvius”.                       
Deel 2 – Een onrustige nacht.


* * *



Het verhaal van Boeddha en de Kat. 
In twee verhalen.
Verhaal I
De Boeddha riep alle dieren bij hem toen hij bereid was om de aarde te verlaten en de hemel binnengaan.
Alle dieren kwamen.
Echter naar de stervende Boeddha te kijken maakte het erg moeilijk voor alle dieren.
Geleidelijk aan verlieten alle dieren, in diepe wanhoop, de plek.
Het was alleen de kat die bij de Boeddha was gebleven.
En ja, toen de Boeddha stervende was, zei hij ..... de kat zal met mij meegaan naar de hemel ..

(Oosterse Langhaar)
Het andere verhaal (door Coatsworth)
Verhaal II
Een kat met de naam Good Fortune werd in een arm gezin van een kunstenaar geadopteerd. Een nabijgelegen Boeddhistische tempel vroeg de artiest de dood van de Boeddha te schilderen.
De monniken hadden gevraagd om alle dieren te schilderen rondom de Boeddha. Zodat hun dicht bij hem zouden zijn.
De kunstenaar merkte op dat de eervolle, prachtige en nobele kat niet was opgenomen in het schilderij, omdat geleerd werd dat een kat te veel trots en een gevoel van superioriteit had.
En zo werd de kat niet meegeschilderd in het schilderij of zelfs maar in de buurt van de Boeddha.
Zodra het schilderij voltooid was, merkt Good Fortune (de kat) de afwezigheid van een kat in het schilderij en wordt zeer triest. Diep geraakt door haar verdriet, schilderde de kunstenaar stilletjes een kleine kat in de hoek van het schilderij. Hij wist dat dit de monniken zou mishagen.
De muurschildering werd uiteindelijk geleverd en zeer geprezen door de monniken, totdat zij de aanwezigheid van de kat opmerkten. Het schilderij werd vervolgens volledig door hun afgewezen. De kunstenaar verliet de tempel in ongenade.
Later op de avond hoorde de kunstenaar het nieuws van een wonder.
Aangekomen bij de tempel vond hij de muurschildering dat op wonderbaarlijk wijze was veranderd. De stervende Boeddha had zijn hand in zegen uitgestrekt over een kleine witte kat die naast hem zit.
Bij het zien van wat de schilder had gedaan, voltooide Good Fortune zijn levenstaken en stierf van geluk.
Bij haar graf staat een perzikboom met een bel eraan vastgeknoopt.
De omgeving kan het woord “Rejoice" horen als de bel luidt.
Er wordt gezegd dat op het einde de Boeddha, in zijn zegen, de kleine kat met zich meenam naar de hemel. En daar -  in de Ashram - woont de kat.


--- * ---

De Idealen van de mens zijn voordurend in beweging
~ H.P. Blavatsky ~
Uit: Adyar Pamflet nr. 68 , 1916
uit Lucifer deel V. 1889
Vertaling: A.M.I.

In een wereld van illusie waarin de wet van evolutie werkzaam is, kan niets natuurlijker zijn dan dat de idealen van de Mens – als onderdeel van het totaal of de mensheid – voortdurend in beweging zijn.

Als onderdeel van de Natuur rondom hem, die Veelvormige, steeds veranderende Natuur, waarvan ieder deeltje onophoudelijk getransformeerd wordt,  terwijl het harmonieuze lichaam als één geheel steeds hetzelfde blijft, zo verandert de mens ook voortdurend net als deze deeltjes, fysiek, intellectueel, moreel, spiritueel.


------------------

Broederschap nr.509 ~Agni Yoga

In het Oosten dachten de mensen aan een noordelijke Shambhala, die zich als de aurora borealis openbaarde.

Er bestond ook een legende, dat er op het hoogste punt van de noordpool een vaandel geplaatst zou worden.
Zo gaan tradities in vervulling; en men kan in de verre toekomst blikken wanneer, door verschuiving van de aardas, nieuwe landen ontdekt zullen worden, die nu verborgen zijn.
Ik heb al over blootleggen van de toendra’s gesproken.
Ik prijs hen, die in de toekomst schouwen.

***
Zegen je energieën
 (~ The Pulse of Life ~ Dane Rudhyar)

Kijk verder dan jezelf.
Re-organiseer uw wensen,
Her-polariseer je emoties,
Her-oriënteer je impulsen.
Je energieën zijn niet van jou.
Je houdt ze in vertrouwen voor de mensheid als geheel.
Zorg ervoor dat ze een doel dienen dat groter is dan je kleinheid,
groter dan uw huis en familie.
Wijd hen toe aan het Grotere Geheel


~ * ~
* De dood - een poort naar het Licht *
Uit: Duizend lichten aansteken - Grace F. Knoche

De dood is niet het tragische einde van een leven; ze is in feite een open poort naar het licht – zowel voor hen die naar de ‘andere oever’ reizen, als voor diegenen van ons die hier moeten doorgaan met het leven.
Wat weten we weinig van die geheimzinnige gebieden waar ons bewustzijn ’s nachts tijdens de slaap binnengaat en die het na de dood van het lichaam voor langere tijd betreedt.

En toch volgen we deze cyclische wegen alsof we magnetisch daarheen worden aangetrokken, ongeveer zoals vogels duizenden kilometers migreren door magnetische krachtlijnen te volgen.
Op dezelfde manier vinden wij mensen na misschien honderden, zelfs duizenden, jaren van migraties op de innerlijke gebieden van de natuur, keer op keer feilloos onze weg terug naar de aarde.
De slaap accepteren we probleemloos, dankbaar voor onze nachtrust; maar we hebben het gevoel dat de dood iets anders is.
Verstandelijk gezien kunnen we dit misschien aanvaarden als de manier van de natuur om haar levenskrachten te herstellen, dat het bevrijden van de zie
van een ziekelijk en oud lichaam een zegen is, en dat er zonder periodieke veranderingen van vorm geen continuiteit van innerlijke groei zou kunnen zijn.
Maar toch, wanneer de dood komt is dat altijd een schok: we voelen ons in de ban van een kracht die veel groter is dan die we kunnen begrijpen; we voelen de onomkeerbaarheid ervan, dat alle hoop is vervlogen om de niet uitgesproken gedachte met de ander te delen.
En toch worden we mild gesteund door een diepe vrede, een toestromen van kracht, een atmosfeer van kalme geruststelling dat de banden die ons verbinden met degenen van wie we houden even onsterfelijk zijn als het hart van het zijn.

~ * ~

Wet van Fysica- Wet van Samenwerking
Agni Yoga-serie ‘Oneindigheid 2 , nr 433.

"Elkaar tegenwerkende krachten heffen elkaar op.
Krachten die parallel en gelijk gericht zijn, werken in hun totaliteit effectief
en elkaar tegenwerkende krachten nemen in kracht af in verhouding tot de afwijkende hoek.
Waarom kunnen mensen niet erkennen dat deze fundamentele wet van de fysica ook een fundamentele wet van samenwerking is!"


-------

Vervolgverhaal:

Met mevrouw Blavatsky naar de Vesuvius



Door J. J. de Kler

Deel 2 – Een onrustige nacht
De zeelucht voerde een geur van verre olijfbomen naar het schip. Helena keerde zich af van de plek waar de zon net was ondergegaan. Daar, heel in de verte, achter de bergen van Peloponesos, in het verre Italië moest zich ongeveer het aloude Cumae bevinden. In die richting was de lucht nog roze gekleurd. Zich omkerende zag zij de rotsen van de meest nabije eilanden in dezelfde tint oplichten. Het werd kil en ze wilde naar haar hut gaan op het achterdek. Plotseling zag ze de reling naast haar glimmen door een flakkerend schijnsel dat niet van de zonsondergang afkomstig kon zijn. Achter haar was een vlam zichtbaar geworden die langs de voorste mast omhoog lekte en door de wind naar de lijzijde werd afgebogen… Toch begon ze al duidelijk een brandlucht te ruiken. Meteen hoorde ze het geluid van vele voeten en de kreet ‘brand!’.

Een onbeschrijfelijk pandemonium volgde. Een hand greep haar ruw beet en voor ze het besefte was zij in één van de beide boten op het achterdek geduwd, die in ijltempo te water werd gelaten. In het vallende duister kon ze niet precies onderscheiden met hoevelen ze in de sloep zaten, het leek ongeveer een man of twaalf. ‘Waarom die haast?’, protesteerde Helena. ‘Er zijn misschien nog anderen die we kunnen oppikken!’, want de bemanningsleden in de sloep hadden zich met kracht aan de riemen gezet. ‘Geen denken aan!’ ‘Weg moeten we, zo gauw mogelijk!’ De brand is vlakbij de kruidopslagplaats!’, antwoordde één van de mannen. Helena kon haar ogen niet afhouden van het kleine stoomschip Eumonia, waarin ze die morgen nog in alle rust van Piraeus was vertrokken met bestemming Egypte. De vlammen grepen daar steeds meer om zich heen. Dan was er een witte vuurbol, die leek weg te schrompelen naar een zwart punt, dat enorme afmetingen begon aan te nemen. Een dreun, die nog bleef nazinderen en die haar een felle pijn in de trommelvliezen gaf, werd onmiddellijk gevolgd door een luchtstoot en de misselijk makende lucht van kruitdamp… Even later kwam er een regen van brokstukken op hun sloep neerdalen.


H. P. B. wierp de dekens van zich af en ging rechtop in bed zitten. Het was weer het oude liedje. Een nachtmerrie, veroorzaakt door een traumatische ervaring nu zo’n veertien jaar geleden in Golf van Nauplia, toen ze op weg was naar Egypte. Dergelijke oude herinneringen, daterende uit de tijd van vóór haar inwijding in Tibet kon zelfs zij maar moeilijk van zich afzetten. Zij luisterde: daar was alweer een explosie! Waarschijnlijk speelde de Vesuvius weer eens op.

Of het was een zomeronweer. Niets om zich zorgen over te maken. Ze draaide de lamp naast haar bed wat hoger, rolde een sigaret en keek, rokende, met voldoening naar de stapel manuscripten waaraan zij de vorige dag de laatste hand gelegd had.

De verdwenen documenten
De laatste maanden had zij stug doorgewerkt aan haar autobiografie, zoals die zich afspeelde in India, een boeiend verslag, dat zich als een spannend reisverhaal laat lezen, ondanks de lijvige omvang van bijna 750 pagina´s. Met de titel vanuit de grotten en oerwouden van Hindostan zou het zeker een goed verkoopbaar boek worden, overdacht zij. Morgen moest de laatste aflevering op de post. En zo gebeurde het ook, zij was die tijd niet alleen geweest in het kille hotel Vesuvio in El Greco. Franz Hartmann had afscheid van haar genomen, zodra hij geconstateerd had dat zij goed en wel onder de pannen was. Franz was nu natuurlijk al lang en breed bij zijn familie in Duitsland. Maar haar bediende Babaji en Mary Flinn waren nog steeds bij haar.
De volgende ochtend riep ze onmiddellijk Mary bij zich en gaf uitvoerig instructies om het manuscript zorgvuldig in te pakken en het laatste hoofdstuk, zoals gebruikelijk te sturen naar haar uitgever in Rusland. Mary repte zich naar haar kamer met alle documenten om pakmateriaal bijeen te zoeken.
Daarna zorgde zij voor het inpakken en adresseren. Babaji zou daarna voor de verzending op het postkantoor in Napels zorgen. Wat ging er verkeerd?

Het pak is blijkbaar nooit aangekomen. Hàd Mary het niet goed geadresseerd? Helena vond dat ze maar leeghoofdig was. Het enige waarmee men haar belangstelling kon opwekken was een gesprek over de laatste mode. Maar daarvoor was ze nu eenmaal een jong meisje. Wat kon men anders van haar verwachten?

Had Babaji, de India’se bediende, het niet goed op de post afgeleverd? Of had iemand op het postkantoor ermee gesjoemeld? Was er misschien zelfs opzet in het spel? Na de publicatie van haar clandestiene bezoek aan Tibet in Isis Ontsluierd, had de Geheime Dienst in India haar nooit vergeven, dat ze deze dienst te slim af geweest was en hen voor schut gezet had. Meer dan ooit had bij het Foreign Office de vaste overtuiging postgevat dat mevr. Blavatsky niet anders dan een gewiekste Russische spion was, die op alle manieren moest worden tegengewerkt en in ieder geval in het oog gehouden. Helena begreep dat heel goed. Ze was al helemaal gewend geraakt aan het idee dat agenten van de contraspionage haar doen en laten in de gaten hielden. Het deerde haar weinig. 
Het meest beducht was zij nog voor infiltratie van de Theosophical Society door onbetrouwbare elementen uit die sferen. Haar tegenwapen daarvoor was de ‘Inner Circle’. Dat er ook nu wellicht een geheim agent in de buurt zou kunnen zijn, die moeite nam om zorgvuldig de gangen na te gaan van iemand die aan reumatiek leed, vond ze alleen maar komisch. Zo’n agent zou natuurlijk er wel achter zijn gekomen dat ze het grootste deel van haar dagen doorbracht met schrijven. Ze realiseerde zich echter niet, dat hij dat zou kunnen opvatten als het schrijven van een rapport aan haar opdrachtgevers. Zodra hij had vastgesteld dat het geadresseerd was aan een instantie in Rusland, was er alle aanleiding om het rapport te onderscheppen en geruisloos te laten verdwijnen.


Er zou immers een boodschap in code vervat kunnen zijn in elk ogenschijnlijk onschuldig manuscript. Was dat hetgeen gebeurd was?   

In die tijd was alles mogelijk. Het vervoer ging lang niet altijd per trein. Wilde men naar Genua, waar alle spoorlijnen begonnen naar Noord, Oost en West, dan kon men het beste de boot nemen, anders was men veroordeeld tot de postkoets, die men trouwens ook aantrof in Zwitserland, waar ze gelukkig wel betrouwbaar waren. Hoe dan ook, het laatste hoofdstuk van ‘Vanuit de grotten en jungles van Hindostan’ is, ondanks uitgebreide nasporingen, nimmer meer boven water gekomen.

Gelukkig verkeerde Helena over deze ongelukkige afloop in zalige onwetendheid. Ze was opgelucht, want een belangrijk werk was achter de rug. De lente was uiteindelijk toch warm geweest zodat haar reumatiek een stuk beter was. Het was nu bijna augustus. Plotseling voelde zij zich weer energiek worden. De oude zin om verder te reizen kwam weer boven. Nu het werk gedaan was en de resultaten op de post, zag ze eigenlijk geen noodzaak om hier verder te blijven rondhangen. Ook bij Babaji en vooral bij Mary Flinn had ze trouwens al eerder duidelijk tekenen van ongedurigheid opgemerkt. Zelf vond zij trouwens dat nu de tijd gekomen was om zichzelf weer eens een beetje te verwennen. De volgende dag ging het gezelschap op weg naar Rome, waar kamers geboekt werden in het Hotel Anglo-Americain.

Een comfortabel hotel in Rome
Het was een hotel 1e klasse met vele kamers, gelegen aan de Via Frattina 128. Deze loopt van de Via del Corso, waar vroeger in carnavalstijd paardenrennen werden gehouden, langs de 1,5 km lange hoofdstraat van Rome dus, naar de even beroemde Piazza di Spagna. Twee straten verder naar het Noorden vindt men de Via Condotti. Daar, op nummer 86 is het vermaarde ‘Caffe Greco’, waar men bijna altijd bekende persoonlijkheden kan aantreffen, die er beschouwelijk hun drankjes slurpen; en zo vond Helena om die een of andere reden toch ook hier weer ‘El Greco’ in de buurt… Pal tegenover de ingang van de Via Condotti kijkt men op naar de monumentale trap die langs gezellige kraampjes omhoog voert naar de S. Trinità ai Monti.

Een beter verblijf in Rome had men zich moeilijker kunnen denken! Ook voor de metgezellen van mevr. Blavatsky moet het hier een hemel geleken hebben na het eenzame en woeste Torre des Greco. Alles werkte nu mee. Het weer liet zich van de beste kant zien. Dikwijls moet Helena, al of niet met parasol gewapend, langzaam en waardig over het Corso zijn voortgeschreden.

Welke rol speelde het corso in de T.V.?
Wat voor geheimzinnigs zit er eigenlijk voor Theosofen in dit Corso? Want op ditzelfde Corso, waar zoëven mevrouw Blavatsky voortging, onbekommerd genietend van het heerlijke klimaat en een dolce far niente, heeft immers later de ontmoeting plaats tussen Charles Leadbeater en de Graaf van St. Germain. Leadbeater beschrijft dit aldus in zijn boek De Meesters en het Pad:  ‘Ik ontmoette Hem onder heel gewone omstandigheden (zonder enige afspraak en net alsof het toeval was) terwijl Hij het Corso in Rome af kwam wandelen, gekleed zoals elk ander ‘Italiaans Heer’. Hij nam mij mee naar de Tuinen van de Pinciana heuvel, waar wij voor meer dan een uur zaten te praten over de vereniging en haar werk; of misschien behoorde ik te zeggen dat Hij sprak en ik luisterde, ofschoon ik antwoordde wanneer Hij mij vragen stelde.’ 

Dat was in 1901. De Graaf van St. Germain en Leadbeater zijn dus waarschijnlijk vanaf het Corso de eerder genoemde trap opgegaan naar de S.Trinità, om daarna de lommerrijke eikenlaan te volgen die omhoog voert naar de pincio. Hier vond men doorgaans een bonte menigte die verpozing zocht temidden van groen en bloemen.

Stellig zullen beide heren vanaf een bank het uitzicht bewonderd hebben over Rome, met in de verte de koepel van de St. Pieter. Het is zeker curieus dat drie zo prominente persoonlijkheden uit de wereld van de theosofie, dezelfde wijk in Rome hadden uitverkoren. Wat Leadbeater betreft: hij was nu eenmaal een geestelijke, die ook later een eigen kerk stichtte: The Liberal Catholic Church; en de Graaf had zelfs het predikaat ‘St’ voor de naam, zodat ook bij hem het niet zo verwonderlijk was om hem in Rome aan te treffen. Als diplomaat was hij dikwijls actief. Best mogelijk dat hij in de Vaticaanse wereld probeerde een of andere zaak in goede banen te leiden door op de juiste plaats een zekere druk uit te oefenen.

Dat hij in Italië verbleef was op zichzelf niet zo vreemd want er zijn berichten, dat hij in 1867 in Milaan een bijeenkomst van de Groot Loge bijwoonde.

Maar mevr. Blavatsky? In Isis Ontsluierd en in De Geheime Leer zijn uitspraken te vinden waaruit blijkt dat ze niet zó erg vleiend dacht over het Rooms katholieke geloof. Vanwaar dan haar verblijf in Rome, zult u vragen

Het antwoord is tweeledig. In de eerste plaats:
Rome heeft twee aangezichten. Er is geen stad ter wereld waar zoveel bewaard gebleven is van het verre verleden, naast de overblijfselen van de meer recente geschiedenis nà Christus.
Zo kan men binnen de stadskern nog altijd vinden:
Het Pantheon, met een speciale verbinding met de astrale wereld, gewijd aan Mars en Venus, maar ook aan alle andere goden van het oude Pantheon; de tempel van Mithras onder de kerk van San Clemente; de opmerkelijke Piramide van Caius Cestus enz. Men zou zelfs kunnen zeggen, dat de eigenlijke stadskern in wezen ‘Heidens’ is en blijft.


In de tweede plaats:

Vrijmetselarij in Rome? Ja!

Leadbeater vertelt in een van zijn boeken, hoe de Vrijmetselarij reeds lang geleden naar Rome werd overgebracht door soldaten van de legers van Vespasianus en Titus. Het ging toen onderdeel vormen van z.g. ‘Romeinse collegia’.
Deze gaven de leer en het ritueel weer door aan de Comancini en andere geheime organisaties.
Maar dat is allemaal lang geleden zult u zeggen. Door de pausen is dat natuurlijk al lang uitgeroeid, want het is overbekend dat die niet zoveel zagen in de vrijmetselarij, omdat ze daarin een concurrent zagen voor de kerk. Naarmate de mensen meer leerden om voor zichzelf te denken, werden dit soort organisaties voor hen immers steeds gevaarlijker.
Of bleven er misschien toch hier en daar van die organisaties over? Je weet het tenslotte maar nooit met die geheime secten. Bovendien bestond er reeds lang een organisatie zoals de Ridders van Malta, die in Rome officieel geaccepteerd werden, die goede betrekkingen onderhielden met b.v. de Engelse vrijmetselaars. Dit blijkt daaruit, dat Ridders van Malta reductie kregen bij de Schotse ‘Old Lodge’ in stirling, welke reductie gelijk was aan die voor ‘Super Exellent Masons’. Dat was in 1745. In 1798 werden de Orde van Malta verdreven door Napoleon, waarna ze zich vestigde in Rome.
Nog in 1834 werd een nieuw statuut van die Orde goedgekeurd door de heilige Stoel, waarbij de Souvereine orde van Malta als een Souvereine Staat werd beschouwd, met het recht om diplomaten aan te stellen en ridderorden te verlenen. Het hoofdkwartier van de Orde werd in Rome gevestigd in een aristocratische buurt, in het Pallazzo di Malta. Waar precies? Waar anders dan in de Via Condotti, in het voorgaande reeds genoemd, de straat dus, die uitkomt op het Corso en die vlak bij de straat lag waar mevr. Blavatsky haar hotel had gereserveerd. Het blijkt dus dat drie ons bekende vrijmetselaars:
1.         Mevr. Blavatsky (houdster van een diploma van ‘Ancient and primitive rite of Masonry’,
2.         C. W. Leadbeater (die zelfs op de omslag van zijn boeken liet drukken ‘33’ om aan te geven dat hij vrijmetselaar was),
3.         De Graaf van St. Germain (volgens Leadbeater is deze ‘het Hoofd van alle ware Vrijmetselaren over de gehele wereld’), alle drie de voorkeur gaven aan de omgeving van de Via Condotti, m.a.w. aan de nabijheid van een Hoofdkwartier dat sympathiek stond tegenover de vrijmetselarij. Dit werpt natuurlijk een speciaal licht op alles. Had men behoefte aan contact met dit Centrum?    
Wat mevr. Blavatsky betreft: haar diploma vereist nog enige toelichting. Het werd haar verleend in nov. 1877, op grond van haar grote verdiensten en haar grote kennis van alle zaken de vrijmetselarij betreffende.’
De rang die haar werd toegekend was die van: ‘Gekroonde Prinses van de 12’. Men zou het kunnen beschouwen als een titel ‘Honoris Causa’. In het certificaat wordt zij vermeld als: ‘The illuminated enlightened brother H. P. Blavatsky’.
Hieruit blijkt nog eens dat zij in feite was opgenomen in een Loge die eigenlijk alleen voor mannen bestemd was, maar die voor haar een hoge uitzondering maakte. In de loop der eeuwen is dit misschien driemaal voorgekomen. Het kwam ook wel voor dat men een koning van een land deze hoge eer waardig keurde. Dit gebeurde altijd als een blijk van bijzondere waardering. Toch waren aan het diploma inderdaad alle rechten verbonden die ook golden voor de in een Loge voortdurend werkzame leden.
Nu kunnen wij ons gaan afvragen, wat voor reden HPB gehad zou kunnen hebben om in het jaar 1885 contact te maken met de Orde van Malta.


Was er een Malta-Connectier?
Als wij daarnaar willen speuren, kunnen wij meteen gaan naar het allereerste begin van de Theosophical Society. Nauwelijks was deze Society gesticht, of een zekere baron Von palm werd lid, om vrijwel meteen daarop gekozen te worden tot bestuurslid in het z.g. ‘Council’. Dat was in Maart 1876. Deze baron was geboren in Augsburg, in Beieren en hij had het recht om o.a. de titels te voeren van: Groot Commandeur van het Kruis van de Souvereine Orde van het Heilige Graf, benevens: Ridder van Sint Jan van Malta.
In de tweede plaats kunnen wij ons afvragen, of de reeds genoemde Graaf van St. Germain niet eveneens een relatie met Malta had. Mevr. Blavatsky liet zich altijd met grote waardering over hem uit. Aan het voorgaande kunnen wij nog toevoegen, dat blijkbaar Dr. Annie Besant ergens schijnt te hebben verklaard dat ook zij St. Germain zou hebben ontmoet.
Misschien zouden wij moeten zeggen: ‘een Graaf van St. Germain’, want wij kunnen niet uitsluiten dat er onder de zes geslachten St. Germain die er alleen al in Frankrijk bestaan, er één is geweest die achtereenvolgens een ‘dienstdoende’ graaf van St. Germain leverde. Van de Graaf van St. Germain wordt bericht, dat hij in 1749 benoemd werd tot ‘Groot Hospitaliet van Malta’. Eerder, n.l. in 1737, werd hij benoemd tot Gezant van Malta.

Ook Graaf Cagliostro bezocht Malta. Van hem wordt o.m. bericht dat hij samenwerkte (ofschoon de samenwerking niet altijd even vlot ging), met St. Germain, wat onder meer zou zijn gebleken doordat zij dezelfde loge gebruikten in Ermenonville, even ten Noorden van Parijs. Dat zou zijn geweest net even voor de Franse revolutie.

Was Cagliostro de onechte zoon van de Maltezer ridder?
Toen Cagliostro Malta bezocht, was daar als Grootmeester aan het bewind Zijne Hoogheid Emanuel Pinto de Fonseca, Prins van Malta, meestal meer familiair aangeduid met ‘Pinto’.
De verstandhouding tussen Cagliostro en Pinto was bijzonder hartelijk wat eigenlijk vreemd was, want Pinto was nu niet direct een voorstander van de Vrijmetselarij, om het zacht uit te drukken, vooral niet omdat Pinto van paus Urbanus VIII de titel van Eminentie had gekregen. Pinto kon op zijn vingers natellen dat Cagliostro de Vrijmetselarij, die op Malta al bestond vanaf 1730, verder zou promoten, met zijn eigen speciale, Egyptische ritueel, vooral natuurlijk onder de Maltezer Ridders.

Wat nog vreemder was: Cagliostro had Pinto verteld dat hij, speciaal voor hem, een tonicum zou brouwen, zodat de Groot Meester tot in lengte van dagen gezond zou kunnen blijven. Zo’n tonicum, dat we tegenwoordig heel gewoon vinden en bij de drogist plegen in te slaan tegen ‘voorjaarsmoeheid’ enz., heette vroeger geheimzinnig een ‘Levenselixer’. Dat Pinto braaf en argeloos het drankje van Cagliostro slikte, geeft te denken. Vooral in die tijd draaide men zijn hand er niet voor om, ongewenste lieden met behulp van vergif uit de weg te ruimen… Het was overduidelijk dan Pinto een absoluut vertrouwen in Cagliostro stelde. Er gingen dan ook geruchten, dat Cagliostro een onwettige zoon van Pinto zou zijn. Maar het verslag van Goethe dan, in zijn ‘Italienische Reise’? Die beschreef uitvoerig hoe hij de ‘ouders’ van Cagliostro op Sicilië, de familie Balsamo, een bezoek had gebracht.
Maar waren dat zijn ouders? Of gewoon zijn pleegouders? Waarschijnlijk toch het laatste. Sicilië en Malta zijn tenslotte zo dichtbij elkaar, dat je het contact zelfs per roeiboot zou kunnen onderhouden. En Cagliostro ging meermalen naar Malta.

Uit het voorgaande kunnen wij drie dingen concluderen:
    1: Het drankje van Cagliostro was inderdaad goed, want Pinto bleef actief tot hij een eind in de negentig was, zeer behoorlijk voor die tijd, vooral als men nagaat dat hij zware tegenstand te verduren kreeg in zijn laatste jaren.
    2: Cagliostro was dus hoogstwaarschijnlijk wel degelijk van adellijke afkomst en verwant aan een oud Portugees geslacht. Goethe vergiste zich dus, toen hij dacht, dat Cagliostro uit een zeer eenvoudig Siciliaanse familie stamde.
    3: Malta was, ook dank zij hem, geworden tot een centrum van Vrijmetselarij en andere, meestal geheime, occulte organisaties.

(wordt vervolgd)
----------------

ZOMER-HERFST Editie 2021

------------------------- Bij de Voorplaat   … Belangrijk (HPB) De Helende Kracht van Water (Omraam)  Urusvati.( Het Nieuwe Tijdperk ...